Home Artikelen

Het volwassen brein 7 - de mentor

motivatie | Mens & Maatschappij | donderdag 28 juli 2011, 11:40

Het is een kort, enigszins bizar en ook nog tragikomisch filmpje over de rol van de mentor dat ik op YouTube vond. Maar wel interessant, omdat de rol van de mentor en van de vader van de jongen hier door elkaar lopen. De verhouding tussen vader en zoon is beladen met emoties. Wederzijdse liefde, vertrouwen, vader, mentor, verdriet: daar gaat het om. Dat de vader notaris is, doet er niet toe. En hoe onbelangrijk dit is, bewijst het vervolg van het filmpje na de mededeling dat de vader dood is.

Een paar beelden zeggen meer dan woorden. Immers, het bewustzijnsniveau wordt niet bepaald door cognitieve intelligentie, maar door sociaal-emotionele intelligentie. Je zou kunnen zeggen dat cognitieve intelligentie de basis is van geleerdheid, maar dat sociaal-emotionele intelligentie de basis is van wijsheid.

De crux van Kegan
In het vorige artikel hebben we een les gevolgd van Marieke Jonkers. We hebben haar vergeleken met de leerlingen in haar klas. We hebben kunnen constateren hoezeer ze overwicht had over haar leerlingen. We vervolgen nu ons verhaal. We weten inmiddels dat persoonlijkheidsontwikkeling samengaat met de verschuiving van subject naar object. Door reflectie kunnen we zaken binnen onszelf naar buiten brengen en ze object maken. Na dit proces van objectificatie kunnen we ons ineens realiseren dat wat we als werkelijkheid (als waar) hebben beschouwd eigenlijk slechts een eigen constructie van de werkelijkheid was.  Onze kijk op de werkelijkheid is dan veranderd, omdat het ‘zelf’ is getransformeerd door de verhouding tussen subject en object. Deze verhouding is de crux van de transformatie van het bewustzijn, volgens Kegan. Het is deze transformatie van de relatie tussen subject en object die ons in staat stelt steeds objectiever te worden en de waarheid te zien, zij het dat deze waarheid beperkt wordt door het niveau van het bewustzijn.

Objectificatie
We hebben al kennis gemaakt met de Japanse docent Toshiro  Kanamori, 57 jaar oud. Hij is inmiddels wereldberoemd door zijn wijze van lesgeven en omgang met zijn leerlingen. Hij leert zijn leerlingen niet alleen hoe ze moeten leren, maar hij leert  ze ook samenwerken, gemeenschapszin, het belang van open en eerlijk zijn, hoe om te gaan met tegenslagen en de schade die pestgedrag aan jezelf en anderen toebrengt. Dit heeft hij niet uit boeken geleerd. Nee, hij is erin geslaagd zijn eigen persoon naar buiten te brengen (objectificatie) en te laten samensmelten met zijn leerlingen. Hij ís zijn leerlingen. Hij bevindt zich ergens in het 4e stadium van bewustzijn.

De gesocialiseerde geest
Wat zijn belangrijke verschillen tussen het 3e bewustzijnsniveau van de jonge docent en het 4e niveau waarin een mentor, en een lid van de directie,  zich bij voorkeur bevindt? In het 3e niveau voelt het ego zich verbonden met zijn omgeving, omdat het zich verbonden weet door de waarden en normen van de omringende culturele omgeving. Een volwasssene op dit niveau kan vooruit denken en kan abstracter denken. Kegan noemt dit de gesocialiseerde geest. Ongeveer 42% van de volwassenen bereikt dit niveau van bewustzijn.

Het niveau van mentoren en directieleden
In de periode tussen 25 en 50 jaar gaat de ontwikkeling verder.  Zo’n 38% van de volwassenen eindigt ergens in het 4e stadium, terwijl slechts 1% het 5e stadium haalt. Wie het 4e stadium haalt, is in staat zijn/haar omgeving kritisch te bekijken. De persoon wordt niet beïnvloed door de opvattingen van anderen, maar bepaalt zijn/haar eigen koers. Een vrije, zelfsturende geest dus. Ik schat het gewenste niveau van de mentor en leden van directies ergens tussen de niveaus 3 en 4. Er zullen er echter ook zijn die ergens op het 4e niveau zitten en op weg zijn naar 5. Op dit hoge niveau bevinden zich vermoedelijk bestuurders van ROCs, HBO’s, prominente beleidsmakers. In het volgende artikel verschijnt de vrouwelijke topper ten tonele.

Henk Witteman (stuur een e-mail) Stuur dit artikel door | 6801 keer gelezen

img img img img

Geef uw reactie REACTIES (12 totaal) Alle reacties...

Redactie - Al eerder is op deze site gedroken over de rol van het mentoraat. Wij citeren: Naar een krachtig autoritatief mentoraatsmodel". Het lijkt logisch een mentoraatsmodel te ontwikkelen dat voldoet aan een steeds diversere vraag vanuit de samenleving en dat aansluit bij de meest voor de hand liggende opvoedingsstijl. Op het niveau van de onderwijspolitiek wordt er steeds meer gedacht aan passend onderwijs voor de grote variatie aan leerbehoeften bij leerlingen met leerproblemen. Voor het gewone voortgezet onderwijs wordt samen met het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) en enkele scholen de ontwikkeling in gang gezet van het expeditiemodel, waar het SER-magazine november vorig jaar over berichtte. Het lijkt dan ook logisch een mentoraatsmodel voor het gewone onderwijs te ontwikkelen dat aansluit bij de opvoeding thuis. Dit autoritatieve mentoraatsmodel zal in het ideale geval een doorgaande lijn vormen met de opvoedingsstijl van de ouders. Als de opvoedingsstijl van de ouders eerder autoritaire, permissieve of laissez-faire trekken vertoont, kan het autoritatieve mentoraatsmodel van de school een corrigerende rol vervullen. Uw vragen, opmerkingen en suggesties zijn zoals altijd zeer welkom.

Dr. Henk Witteman - @Jan Stuyvesant-Haarlem. Eerder heb ik geciteerd uit het SER Magazine over expeditiemodel. Het mentoraat gaat hierin een belangrijke rol spelen. In de onderbouw, vmbo en de Tweede Fase staat de toenemende zelfstandigheid van leerlingen centraal. De toename van zelfstandigheid is deels een autonoom proces dat op gang wordt gebracht door de natuurlijke groei van het brein van de puber en de adolescent zie ook de artikelen over puberbrein en volwassen brein.. Deels is het ook het gevolg van de aard en de kwaliteit van de leeromgeving. In de afgelopen decennia zijn onderwijs”vernieuwingen”in gang gezet die geen rekening hielden met de autonome groei van leerlingen, simpelweg omdat er te weinig “evidence-based” inzichten waren in de natuurlijke evolutie van het brein. In de oudere theorieën lieten onderwijsvernieuwingen “zich samenvatten in de opdracht om de eigen verantwoordelijkheid van leerlingen te stimuleren. Leerlingen moeten verantwoordelijkheid leren nemen voor hun eigen leerproces, hun toekomst, hun eigen welzijn en dat van anderen “( citaat APS). Wat er in die theorieën niet bij werd gezegd was hoe men kon inspelen op de ontwikkeling van het kinderbrein, simpelweg omdat de kennis daarvoor ontbrak. Deze kennis is er nu wel door de explosieve groei binnen de neurowetenschappen. Aan het eind notitie “De rol van de mentor in het expeditemodel” hebben we het volgende geconcludeerd:

Dr. Henk Witteman - @Jan Stuyvesant. Dat klopt. Ik citeer uit het SER Magazine: Op 10 november 2010 publiceerde het SER-Magazine over nieuwe onderwijsontwikkelingen. Het volgende schreven zij over het EXPEDITIEMODEL: Expeditiemodel Maar het is niet alleen een kwestie van geld. Volgens sommigen is het onderwijssysteem zelf aan vernieuwing toe. Zo heeft onderwijskundige Henk Witteman een expeditiemodel ontwikkeld dat de af- en uitstroom – leerlingen die een niveau dalen of helemaal uitvallen – in het voortgezet onderwijs moet verkleinen. In het expeditiemodel zijn leerling en docent gezamenlijk verantwoordelijk voor de goede afloop. In tegenstelling tot het huidige veldloopmodel, waarbij de leerkracht slechts een inspanningsverplichting heeft en alleen de sterkste leerlingen overleven. Iedere leerling krijgt een eigen mentor en eens per twee weken vindt een individueel gesprek plaats. ‘Daardoor voelen de leerlingen zich gekend. Geen overbodige luxe op scholen, waar de menselijke maat vaak zoek is.’ Leerlingen die een bepaalde inzet tonen – ten minste 90 procent van de lessen volgen en hun huiswerk maken – en desondanks een onvoldoende halen voor een toets, mogen een foutenanalyse maken. Als de docent deze in orde vindt, dan wordt de onvoldoende alsnog een zes. Volgens Witteman komt dit systeem tegemoet aan de primaire veiligheidsbehoefte van de leerling. ‘Zij hebben geen reden om gestrest te zijn voor een toets, omdat ze die in een veilige omgeving afleggen. Het resultaat is dat ze het leren minder snel opgeven.’ Het model van Witteman is recent overgenomen door het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, dat onderwijsinstellingen en scholen begeleidt en adviseert. Beste Cees, samen met een werkgroep van het APS zijn we bezig het model vorm te geven. Het zou bijvoorbeeld heel goed kunnen dienen bij Passend Onderwijs. Ik neem aan dat het APS de scholen zal informeren als het model rijp is om naar de scholen te gaan. Voor de nieuwsgierige lezers. Het duurt nog maar enkele weken. Dan worden de scholen geïnformeerd.

Jan Stuyvesant, Haarlem - @Dr. Witteman - Enige tijd geleden vernam ik dat u bezig bent met een nieuw onderwjsmodel. Ik heb er een keer over gelezen. Is dat waar? En wat houdt dat model in?

Bericht van de Partij voor de Dieren - Geachte heer Witteman, Hartelijk dank voor het toesturen van het artikel over het volwassen brein. Wij zullen er met belangstelling naar kijken. Onze excuses voor de late reactie op uw bericht. We stellen uw bijdrage zeer op prijs en zullen de door u verstrekte informatie meenemen in onze besluitvorming over dit onderwerp en bij toekomstige besprekingen en debatten hierover. Mochten wij nog vragen hebben, dan nemen wij graag contact met u op. Met vriendelijke groet, Roza Vink Publieksvoorlichting Partij voor de Dieren www.partijvoordedieren.nl <www.partijvoordedieren.nl/>

Margje - Meester Maat: Wat een prachtig citaat van Prof. Luc Stevens: DE RESULTATEN VAN LEERLINGEN ZIJN EEN WEERSPIEGELING VAN DE VERWACHTINGEN VAN LERAREN. En zo is het ook. Daarom wachten we vol verwachting op het expeditiemodel dat Henk Witteman ontwikkelt samen met het APS.

Meester Maat - Zelfs nu ik met mijn vrouw op vakantie ben in Engeland kan ik het niet laten deze serie over het volwassen brein te volgen en de reacties van lezers tot mij te nemen. Als geoensioneerde docent,, eerst op de lagere school, toen aan de mavo/havo, met veel ervaring dus, begrijp ik steeds meer hoe moeilijk onze leerlingen het hebben. Al die fasen en stadia, subjectief/objectief, geen worder dat school voor veel kinderen een stressvolle ervaring is. Ik denk dat dit niet zo naar buiten komt omdat veel docenten zich ook niet altijd bewust zijn van het bewustzijnsniveau van hun leerlingen. Als je het keven eenvoudig ziet, heb je ook eenvoudige oplossingen. Ik herinner me nog mijn laatste jaren op school. Opmerkingen in de docentenkamer als "Ik he altijd al gezegd dat het niets met die leerling zou worden". In dit verband herinner ik me een zin van de bekende hogleraar onderwijskunde Luc Stevens: "DE RESULTATEN VAN LEERLINGEN ZIJN EEN WEERSPIEGELING VAN VERWACHTINGEN VAN LERAREN". Ja, we hebben het geluk van leerlingen zelf in de hand.

Dr. Henk Witteman - Een kleine aanvulling: In dit derde stadium is de leerling steeds meer in staat zich in de gedachtenwereld van anderen te verplaatsen. Hij ziet nu in dat er ook anderen zijn met behoeften waarmee rekening dient te worden gehouden. Ook dit is het gevolg van groei van het bewustzijn. Eerst worden behoeften als zeer persoonlijk gezien, dan wordt ingezien dat een vriendinnetje deze ook heeft en geleidelijk komt het besef dat dit voor alle mensen geldt. Dus ook hier is sprake van “objectificatie” (= subject>object). De behoeften van het 2e niveau zijn er nog steeds, maar ze zijn nu voorwerp van reflectie geworden. Dit betekent dat een adolescent niet langer beheerst wordt door deze behoeften, maar over de zin (of onzin) van deze behoeften kan nadenken. Hij is bijvoorbeeld nu in staat deze behoeften van zich af te schuiven.

Peter Browett (UK) - Der Mr. Witteman. As my mother is Dutch I can understand and read your articles. I am more fluent in English, though, as I attended school is the UK. If I have questions, may I present them to you in English, please? It's no problem if you reply in Dutch. I am reasonably fluent in Dutch when it comes to speaking. I make spelling mistakes, however, when writing. I find this embarrassing.

Meester Maat - Frans van Mameren -nu begrijp ik waarom deze gesprekken zo stroef gaan. Hulpverlener en cliënt spreken vanuit twee werelden.Vooral, denk ik, omdat die hulpverlener is toegewezen. Het is gewoon ongevraagde, opgedrongen hulp. De hulpverlener doet zijn of haar plicht, ze wordt er immers voor betaald, En de cliënt moet wel, anders komt de uitkering in gevaar Dus extrinsieke motivatie. Dat is wel duidelijk.

Dr. Henk Witteman - Frans van Mameren. Nee, je zit er beslis niet naast. Die ervaring met hulpverleners in gesprek met jongere cliënten klopt helaas maar al te vaak. De hulpverlener dient de hulpvragende echt te benaderen vanuit diens bewustzijnsniveau. Vergeet niet dat elk niveau zijn eigen werkeijkheid kent. Je mag als hulpverlener niet verwachten dat de cliënt een benadering van zijn problematiek begrijpt die komt vanuit een hoger bewustzijnsniveau. Ieder niveau heeft zijn eigen waarheid en dus zijn eigen logische kijk op de werkelijkheid. Naarmate het bewustzijnsniveau groeit wordt die werkelijkheid genuanceerder beleeft. Je kunt bijvoorbeeld een kind van 7 niet straffen omdat hij eerst aan zichzelf denkt en pas daarna aan een ander. Je kunt een kind dit wel via een andere weg leren. Primitief; door een pak slaag te geven. Straf kan gedragsverandering teweeg brengen via operante conditionering. Maar het gedrag zal alleen veranderen als de kans op straf aanwezig is. Het nieuwe gedrag is niet geïnternaliseerd. Een mentor moet zicht dus goed bewustzijn van het niveau waarop de leerling zich bevindt. Slechts dan kan de mentor een goede rol vervullen.

Frans van Mameren - Geachte heer Witteman. Via Twitter werd ik op dit nieuwe artikel van u geattendeerd. Is de conclusie juist als ik zeg dat iedereen naar de wereld kijkt vanuit zijn eigen bewustzijnsniveau en dat zij opvattingen dan tot subject horen en dat hij dan altijd gelijk heeft? Subjectief, natuurlijk. En dat het eigenlijk alleen zin heeft met bijvoorbeeld een leerlingen uit niveau II te praten als je zelf teruggaat naar dat niveau? En als je zelf bijvoorbeeld vanuit niveau IV spreekt dat dit dan niet of nauwelijks kan doordringen naar de leerlingen uit niveau II? Of zit ik er naast? Ik zag pas op TV een gesprek tussen een hulpverlener en een jonge cliënt. Deze begrepen elkaar totaal niet. Voor die jongen sprak die mevrouw gewoon onlogische onzin! Wartaal dus!

REAGEER

Schema volwassen brein 7

Widget Title

LAATSTE 3 REACTIES

Han Grosfeld - Hallo Ed,, ik ben het niet eens dat er geen onderwijskundig conept zou zijn voor... 
Lees verder  arrow

Menno van Halem - Ik onderschrijf de rapportcijfers volledig. Ik begeleid dagelijks docenten die werkzaam zijn in het VMBO... 
Lees verder  arrow

Tom Baellemans - Hallo, ik ben Tom Baelemans en ik kom uit Nederland en ik ben 13 ... 
Lees verder  arrow

Widget Title

MEEST GELEZEN ARTIKELEN
iPad in de klas: een case study
Sinds de komst van de iPad in 2010 zijn steeds meer scholen geïnteresseerd in het gebruik van
Lees verder arrow
Infographics in het onderwijs
Infographics zijn een aantrekkelijke manier om informatie te presenteren. Voor u als docent, maar oo
Lees verder arrow
Aardrijkskunde leren met een liedje
Daar sta je dan, docent. De les die je wist dat zou komen is eindelijk hier. Er staat moeilijke stof
Lees verder arrow

Widget Title

STEM MEE Bekijk resultaat img
Merkt u op school veel van de groeiende digitale kloof tussen leerlingen en docenten?
Ja
Nee
Een beetje
Merkt u op school veel van de groeiende digitale kloof tussen leerlingen en docenten?
Ja
 
43%
Nee
 
27%
Een beetje
 
30%

Widget Title

VIDEO VAN DE WEEK

In dit nieuwe docudrama van de NTR volgen we Peter Hoefnagels en zijn 4 vmbo klas. De ene leerling loopt met hem weg, de andere leerling zit liever achterin zijn klas. In de docentenkamer is zijn manier van lesgeven geregeld voer voor discussie. Elke zondag, 18.50 uur, Ned 2.